Een ongeluk zit in een klein hoekje
Aangesloten bij De Nationale Letselschade Experts De Nationale Letselschade Experts
Lid van Nederlands Instituut van Schaderegelaars Nederlands Instituut van Schaderegelaars
Ingeschreven bij Stichting Nederlands Instituut van Register Experts Stichting Nederlands Instituut van Register Experts
Sinds januari 2008 keurmerkhouder van het Keurmerk letselschade Keurmerk letselschade

MAG INTERVIEW APRIL 2006   Print deze pagina

Uit Mag-a-zine 83 - april 2006                                
Hulp bij letselschade
tekst Wiebe Arts, foto Wim Taal

Ook al zouden we anders wensen, motorrijders zijn niet onkwetsbaar. Een ongeluk kan vérgaande consequenties hebben op fysiek, psychisch en materieel gebied. Over hoe deze verhaald en gecompenseerd kunnen worden sprak Wiebe Arts met letselschade-expert Frans van Cuijk.

Frans van Cuijk heeft sinds 1999 in het Overijsselse Dalfsen een eigen expertisebureau voor letselschaderegeling en schuldvraagonderzoek. Dit eigen bureau kan gezien worden als de optelsom van zijn werkzame verleden: vanaf 1974 heeft hij vijfentwintig jaar gewerkt voor een grote verzekeringsmaatschappij in Gelderland. In de loop der jaren vervulde hij diverse functies en volgde tal van opleidingen. Zo ging hij in 1984 in de buitendienst, in Hoorn, als letselschaderegelaar. Begin jaren tachtig waren wegbeheerders een grote klant van zijn maatschappij en derhalve was hij veel bezig met schuldvraagonderzoek met betrekking tot verkeersongevallen, waarvoor hij bijvoorbeeld situaties moest opmeten en optekenen. "In die jaren was de aansprakelijkheid met betrekking tot voetgangers en ongemotoriseerd verkeer nog een kwestie van ‘wie eist, bewijst', of wel de bewijsvoering lag bij het slachtoffer", aldus Frans, "in ieder geval moest toen nog aangetoond worden dat een wegbeheerder in gebreke was gebleven." Dat veranderde begin jaren negentig echter met de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, waarin voor de wegbeheerder omkering van de aansprakelijkheidsvorm was vastgelegd, wat, zo legt Frans uit "betekent dat niet de eiser moet bewijzen dat de wegbeheerder nalatig is geweest, maar de wegbeheerder moet bewijzen dat hij alles in het werk heeft gesteld de weg zo goed mogelijk te onderhouden". Een forse verandering, die van wegbeheerders veel, bij voorkeur aantoonbare, inspanningen op het gebied van onderhoud en planning vereist. "Een melding over een slechte wegsituatie doen heeft dus altijd zin; naast het oplossen van de situatie is het van belang bij het eventueel later vaststellen van nalatigheid van de zijde van de wegbeheerder", zo betoogt Frans. Hij praat graag over zijn vak, maar net zo graag praat hij over zijn hobby motorrijden. Iets meer dan een jaar geleden behaalde hij zijn A-rijbewijs en berijdt hij met trots en plezier zijn toermotor.

Schade, schuld en causaliteit
Frans is letselschade-expert, maar wat wordt eigenlijk verstaan onder letselschade? Frans: "Letselschade is alles dat iemand kan overkomen door een ongeval, bijvoorbeeld een verkeersongeval of een bedrijfsongeval. Dat kan lichamelijk letsel zijn, maar ook psychisch letsel dat daaruit voortvloeit. Basis is het lichamelijk letsel van jezelf, daarvoor stel je iemand aansprakelijk." Hieruit volgt natuurlijk dat je, wanneer je niemand aansprakelijk kan stellen voor een ongeluk dat jou is overkomen, geen enkele letselschade-expert iets voor je kan betekenen. Je kan niet iemand aansprakelijk stellen als je zelf schuldig bent aan het ontstaan van het ongeval, of dat nu eenzijdig of met derden heeft plaatsgevonden. Immers, de ontstane schade moet verhaald worden op een tegenpartij en wanneer die er niet is dan valt er niets te verhalen. Overigens zijn niet alle eenzijdige ongevallen de schuld van de motorrijder; soms is de wegbeheerder aansprakelijk of in een ander geval, bijvoorbeeld, een vrachtwagenchauffeur die zand, grind of diesel verloor. In dergelijke gevallen kun je gewoon bij een letselschade-expert aankloppen. Tenminste, indien er een aantoonbare relatie bestaat tussen het ongeval en de schade, er moet zogezegd sprake zijn van een causaal verband. "Kortom", zo vat Frans het samen, "er moet sprake zijn van schade, van schuld van een tegenpartij, van een onrechtmatige daad van causaliteit, het ene moet een gevolg van het andere zijn. Wordt aan deze voorwaarden voldaan dan zal er snel sprake zijn van aansprakelijkheid en kan een letselschade-expert de belangen van het slachtoffer gaan behartigen."

Initiatief
Die belangenbehartiging begint overigens niet spontaan; het moet wel door iemand in gang gezet worden. De vraag dringt zich op wie het in gang moet zetten en op welk moment. "In het ziekenhuis moet het al in gang gezet worden", zo stelt Frans. "Veel belangrijke details kunnen verdwijnen als te lang wordt gewacht. Soms maakt de politie rapport op, soms niet. Soms maken ze álleen rapport op, maar bij (ernstig) letsel moeten ze een proces-verbaal opmaken. Het feitenonderzoek doet de politie (Verkeerstechnische Dienst). Als iemand in het ziekenhuis ligt en de zaak is gecompliceerd ten aanzien van de toedracht, dan is het voor de belangenbehartiger zinvol om snel de plek te bezoeken waar het gebeurd is, alle omstandigheden daar te onderzoeken, om de ingrediënten die tot de oorzaak hebben geleid zo goed mogelijk in kaart te brengen. Als je dat een jaar later doet dan is er waarschijnlijk al een hoop veranderd." Dat is duidelijke taal en feitelijk niet meer dan logisch. Verse sporen en actuele verhalen van getuigen zijn vele malen bruikbaarder dan de residuen daarvan enige weken of maanden later. Spoed is dus geboden, maar hoe weet een belangenbehartiger dat er in een ziekenhuis een slachtoffer om zijn diensten zit te springen, wie neemt het initiatief? "Het initiatief moet vanuit het slachtoffer zelf komen. Het aansprakelijk stellen moet zo snel mogelijk gebeuren, hoe eerder hoe beter", zo weet Frans te vertellen. Hij pleegt echter geen acquisitie; slachtoffers moeten zelf op zijn spoor gezet worden: "De politie verstrekt gegevens van slachtoffers aan Bureau Slachtofferhulp Nederland (BSN) en die vragen het slachtoffer of er hulp nodig is en verwijzen zonodig door, bijvoorbeeld aan de bij de Nationale Letseltelefoon (NLT) aangesloten bureaus zoals dat van mij. Daarnaast zijn veel motorrijders verzekerd via een assurantietussenpersoon en die zijn ook op de hoogte van het bestaan van belangenbehartigers. Ten slotte zijn er de verzekeringsmaatschappijen, die moeten actief de schade regelen en zich dus in verbinding stellen met het slachtoffer. Maar dat gaat niet altijd even snel." Het startsein moet dus komen van het slachtoffer, eventueel op instigatie van BSN of de assurantietussenpersoon. Het is dus zaak goed naar deze mensen te luisteren, ze kunnen je vele handreikingen doen.

Persoonlijk
Ikzelf heb een rechtsbijstandverzekering, juist voor die gevallen waarin de kans bestaat dat ik schade moet verhalen op een ander, namelijk degenen die mij van de motor af rijdt. Waarom zou ik mij dan nog moeten wenden tot een aparte belangenbehartiger? "Het belangrijkste verschil tussen een belangenbehartiger zoals ik en iemand die optreedt namens een rechtsbijstandsverzekering is het persoonlijke: voor een maatschappij ben je, ondanks alle goede bedoelingen, al snel een dossiernummer. Een belangenbehartiger daarentegen gaat zeer persoonlijk met het slachtoffer om, waarbij hij of zij niet zelf hoeft te corresponderen, telefoneren en dergelijke. maar alles uit handen genomen wordt", aldus Frans. Met name door dat laatste kan het slachtoffer zich helemaal richten op het herstel en hoeft niet ook nog eens een keer formulieren op te zoeken, in te vullen en maar afwachten wanneer er iemand op een groot kantoor jouw dossier openslaat. Voor motorrijders is goed revalideren net zo belangrijk als voor anderen, zeker gezien het gegeven dat bij hen vaak sprake is van fracturen. Frans: "Negen van de tien keer genezen fracturen goed, maar op langere termijn kunnen er toch consequenties uit voortvloeien. Denk daarbij met name aan fracturen van scharniergewrichten zoals de pols en de knie, waarin zich nadien artrose kan ontwikkelen. Verder kunnen zenuwletsels veel last veroorzaken, zoals tintelingen. Op een zeker moment - dat kan na enige maanden zijn, wanneer herstel is opgetreden of na zo'n anderhalf tot twee jaar wanneer er nog geen herstel is opgetreden - laat ik een (relatieve) medische eindsituatie vaststellen. De door mij geraadpleegde medisch adviseur schat aan de hand daarvan in wat er zich voor problemen in de toekomst kunnen aandienen, welke uiteraard meegenomen worden in de uiteindelijke vaststelling van het schadebedrag."

Vergoedingen
De geleden schade wordt dus omgezet naar een geldbedrag, dat opgesplitst kan zijn in zogenaamd smartengeld en de (berekende) feitelijke kosten die door de schade ontstaan zijn. Om met het smartengeld te beginnen. Formeel is smartengeld een financiële vergoeding voor gederfde levensvreugde en geleden pijn, een begrip dat veel ruimer is dan menigeen denkt. "Smartengeld komt al snel in aanmerking", licht Frans toe. "Neem een gebroken been: zes weken gips en twee maanden revalideren, dan zit je toch al gauw op een redelijk bedrag. Maar als het niet volledig hersteld dan wordt het al snel meer." De reden dat ik hier geen concrete bedragen noem heeft alles te maken met de wijze waarop de hoogte van het smartengeld wordt vastgesteld. In Nederland heerst geen claimcultuur waarin gigantische bedragen naar het slachtoffer toestromen; weliswaar wordt er per geval gekeken maar voor de uiteindelijke vaststelling worden gerechtelijke uitspraken, de zogenaamde jurisprudentie, geraadpleegd. Dat kan wel eens leiden tot een lager smartengeld dan verwacht, zeker wanneer er geen volledig herstel is. Frans refereert hierbij aan de calvinistische mentaliteit, die in Nederland nog lang niet verdwenen is. Die mentaliteit komt bij het vaststellen van het feitelijke schadebedrag minder om de hoek kijken; dat is vooral een kwestie van erg goed plussen en minnen. Frans: "De grootste schadepost zit in het gemis aan arbeidsvermogen, het menselijk lichaam dat te beschadigt is om werk te verrichten. Een werkgever moet verplicht zeventig procent van het salaris doorbetalen, dat hij eventueel ook weer kan verhalen op de aansprakelijke partij. De verzekeraar heeft dus alle belang bij een spoedig herstel en mede daarom worden kosten voor reizen naar het ziekenhuis voor het slachtoffer en familie vergoed." Maar ja, niet iedereen hersteld volledig van een ongeluk. Wat dan? "Arbeidsongeschiktheid is een ander verhaal", legt Frans uit. "Het verschilt nogal of je een vaste baan met carrièremogelijkheden hebt of een jaarcontract dat sowieso zou aflopen. In het eerste geval valt relatief eenvoudig uit te rekenen wat het verlies aan arbeidsvermogen is - nee, géén inkomstenderving! -, in het tweede geval zal er wel assistentie moeten komen bij een volgende sollicitatie".

Kosten
Nederlanders zijn niet gewend dat iemand onbaatzuchtig zijn diensten aanbiedt, al helemaal niet als het gaat om een expert op een bepaald gebied. Wat kosten de diensten die Frans levert? "Niets, of beter gezegd, ik declareer mijn kosten bij de tegenpartij. In 1987 heeft de Hoge Raad arrest gewezen waarin bepaald werd dat een slachtoffer zich mag laten bijstaan door een deskundige en die mag zijn redelijke kosten verhalen bij de tegenpartij", zo legt hij uit. "Immers, de kosten van de ingeschakelde deskundige is ook schade van het slachtoffer en dient door de aansprakelijke verzekeraar vergoed te worden. De volledige schadevergoeding voor zowel materiële als immateriële schade komt dus bij het slachtoffer terecht; ik dien mijn declaratie in bij de verzekeraar." Het niet geheel onomstreden ‘no cure no pay-systeem' hanteert hij niet, net zo min als de andere bureaus die zijn aangesloten bij de Nationale Letseltelefoon dat doen. In een convenant dat Bureau Slachtofferhulp namelijk in 2002 hiermee sloot wordt dit expliciet aangegeven. Het lijkt te mooi om waar te zijn, maar toch is het zo. Om het nog mooier te maken: zelfs de belastingdienst wordt met legale middelen bij het slachtoffer vandaan gehouden. Sowieso is smartengeld altijd onbelast, maar compensatie voor niet-verdiend (toekomstig) loon kan dat natuurlijk niet zijn. Vandaar ook dat de belangenbehartigers niet spreken van gederfde inkomsten, maar van verlies aan arbeidsvermogen. Om de gevallen waarin de fiscus echter toch zijn deel opeist in ieder geval voor het slachtoffer gunstig te laten verlopen, wordt er bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding altijd een belastinggarantie bedongen. Dit houdt in dat de verzekeraar, in voorkomend geval, ook opdraait voor fiscale aanslagen. Raar maar waar!

Opzittenden
Tot nog toe is er steeds sprake geweest van een tegenpartij waarop de schade verhaald kon worden. Helaas zijn motorrijders ook wel eens zelf de oorzaak van een ongeval, eenzijdig of niet. Gezien de kwetsbaarheid van motorrijders is de kans dat de berijder of zijn duopassagier, of beide, letsel oplopen erg groot. Frans: "Motorrijders doen er goed aan een zogenaamde opzittendenverzekering af te sluiten. Deze keert een vastgesteld bedrag uit bij overlijden of blijvende invaliditeit. Dit bedrag wordt trouwens ook uitgekeerd wanneer er een tegenpartij is en mag dan niet afgetrokken worden van het schadebedrag dat die moet betalen." Ten aanzien van de door velen geliefde reisjes naar het buitenland, waar een ongeval ook nooit uit te sluiten is, weet Frans te vertellen dat, wanneer dat nodig mocht zijn, er een beroep gedaan kan worden op een belangenbehartiger. Vanwege Europese richtlijnen zijn verzekeraars namelijk verplicht een vertegenwoordiging te hebben in de landen waarin hun verzekering geldig is. Uiteraard gelden wel de wetten van het land waarin het ongeluk plaatsvindt, maar dat geldt ook wanneer een buitenlander hier in Nederland betrokken is bij een ongeluk.

Ten slotte
Het verslag van het gesprek met Frans kan begrijpelijkerwijs niet volledig zijn en is voor de leesbaarheid tot de grove lijnen beperkt. Elk ongeluk en ieder letsel moet apart beoordeeld worden voordat er iets zinnigs over te zeggen valt. Ieder mens, iedere motorrijder, hoopt natuurlijk zich nooit met die materie bezig te moeten houden. Maar de realiteit leert dat ook komend seizoen weer enige onder ons het slachtoffer zullen worden van een onoplettende andere weggebruiker, met eventueel nare en mogelijk vérstrekkende gevolgen. Bedenk dan dat er instanties en personen zijn die, kosteloos, jouw belangen kunnen behartigen. Aarzel niet ze zo snel mogelijk te (laten) bellen, want naast dat ze jou een hoop werk uit handen nemen hebben zij hun meerwaarde meer dan eens bewezen en zullen dat in de toekomst zeker blijven doen.

Meer informatie:
www.vancuijk.nl
exp.fvc@planet.nl
0529-471928
http://www.letseltelefoon.nl/
http://www.slachtofferhulp.nl/

   © 2006 - 2009 Ilca Media                               Kampmansweg 22 - 7720 AA Dalfsen - 0529 471928 - info@vancuijk.nl